• 2

Het succes van het falen

‘Tot welke generatie behoor jij?’ Geen vraag die tegenwoordig nog antwoorden oproept als ‘van voor de oorlog’, ‘de Beatles generatie’ of ‘de generatie die opgroeide met Margaret Thatcher’. Nee, tegenwoordig is het antwoord simpeler: Je bent van generatie X, Y of Z; elk met z’n eigen kenmerken, eigenaardigheden en uitdagingen. Zo staat generatie X bekend als de ‘verloren generatie’, die te kampen had met massale jeugdwerkloosheid in de jaren tachtig, maar ook als de generatie die het deeltijdwerken heeft ontdekt, net als het twee-verdienen en meer balans tussen werk en privé. Het was de generatie die bekend stond als ‘praktisch’, ‘zelfredzaam’, ‘relativerend’ en ‘no-nonsense’. Generatie Y, geboren in de jaren 80 en 90, had ‘zelfontplooiing’ als levensmotto, vond in werk geen garantie meer op geluk, was zelfstandig, individualistisch en kende ruime keuzemogelijkheden en vrijheid. De digitale revolutie, die vooral inzette rond de millenniumwisseling, bracht mensen van generatie Z de bijnaam digital natives, geboren met internet en andere online communicatiemiddelen. Ze zijn bedreven met nieuwe media en altijd online.

Ik ben van generatie Y, de generatie die wel beschreven is als de ‘prestatiegeneratie’, naar het boek van Jeroen van Baar. Wie keuzemogelijkheden en vrijheden te over heeft, voelt ook de drang om te presteren, die mogelijkheden goed te benutten. We zijn ambitieuzer dan ooit, hebben hoge verwachtingen van onszelf en mislukkingen zijn not done. Die laten we dan ook niet graag zien op Facebook of Twitter. Met foto’s en verhalen van onze successen, daarentegen, maken we elkaar jaloers en laten we zien dat het altijd beter kan, dat er altijd meer uit het leven valt te halen. En bovenal: dat alles mogelijk en haalbaar is. Zoals journalist en publicist Malou van Hintum in een opiniestuk in de Volkskrant betoogde: “Doordat alles steeds groter, mooier en beter moet worden, lijken ook de verwachtingen van wat ‘normaal’ is te zijn verschoven.” Dat hierin een risico schuilt, bespreken Birte Schohaus en Marijke de Vries in hun boek ‘De wereld aan je voeten; en andere illusies uit het leven van twintigers’:

Of het nu in het onderwijs of op de arbeidsmarkt is, de focus op prestatie en verbetering legt de lat voor wat je van iemand kunt verwachten steeds hoger. De angst om niet mee te komen en dus niet meer ‘normaal’ te zijn groeit daardoor. Wanneer de eisen voor wat normaal gedrag is al zo hoog liggen, moeten twintigers nog veel hoger springen om daar bovenuit te steken

Uit eigen ervaring weet ik hoe lastig het is om onder die druk van presteren uit te komen en te accepteren dat je niet overal succes in kunt hebben. Meer keuzevrijheid maakt niet per se gelukkiger, zoals ook onderzoek laat zien. De invloed van sociale media op je beeldvorming over wat ‘normaal’ is, is groot. De prachtige foto’s van reizen naar verre landen, verhalen van stages bij gerenommeerde bedrijven en mensen die na hun studie gelijk aan de bak komen, kunnen je onzeker maken. Als alles binnen handbereik ligt, moet je ook alles kunnen waarmaken waar je je zinnen op zet. En toch… Faalangst is in de huidige tijd van sociale media en de meritocratie waarin we leven onvermijdelijk, terwijl de kans op ‘falen’ voor twintigers die hun eerste stappen zetten op een schaarse, concurrerende arbeidsmarkt met enkel tijdelijke contracten groot is.

Waarom staan we onszelf niet toe om te falen? Of – misschien iets minder sterk geformuleerd – waarom staan we onszelf niet toe om niet de meest succesvolle te zijn? Filosoof Alain de Botton zegt dat het vooral komt doordat onze maatschappij succes als eigen verdienste beschouwt en falen als eigen schuld dat we een ‘status angst’ hebben gecreëerd. In de Middeleeuwen werd onsuccesvol zijn toegeschreven aan het lot of de wil van God. De eigen verantwoordelijkheid bleef daarmee verder uit beeld. Schrijver en onderzoeker Jeroen van Baar pleit daarom voor een maatschappij waarin ‘middelmatigheid’ weer gewaardeerd wordt. Waarin status en inkomen niet meer als maatstaf van ‘succes’ gelden, maar je bijdrage aan de kwaliteit van leven van anderen wél.

Kunnen we leven met ‘middelmatigheid’, wat in feite niet meer inhoudt dan ‘succes’ in ons leven anders te definiëren? Kunnen we bovendien autonoom bepalen wat ‘succes’ in ons leven betekent en wat ‘falen’? De begrippen ‘falen’ en ‘succes’ liggen misschien dichter bij elkaar dan je denkt. Uiteindelijk ligt in het durven falen misschien de weg tot succes. Of, zoals Robert F. Kennedy ooit zei: “Only those who dare to fail greatly can ever achieve greatly”. Het leren kennen van je mogelijkheid tot falen is in zichzelf het leren kennen van je mogelijkheid tot succes, maar dan in spiegelbeeld. In die zin is er geen sprake meer van ‘falen’, maar enkel het beter leren kennen van je mogelijkheden:

“I have not failed. I’ve just found 10,000 ways that won’t work” – Thomas Edison.

Over Pauline van Tol

Pauline van Tol was medewerker bij de Loopbaanonderhoudsgroep, een organisatie welke loopbaanbegeleiding biedt aan hoogopgeleide managers en professionals. Hier hield zij zich bezig met thema’s als het vinden van je work(ing) identity, zelfvertrouwen, personal branding en duurzame inzetbaarheid. Ze heeft een passie voor het naar boven halen van de kwaliteiten en mogelijkheden in mensen. Om die reden volgt ze op dit moment een tweede master Positieve Psychologie aan de Universiteit Twente.

  • Joanne

    Wat een fantastische artikel! Ik ben ook van generation Y en herken mezelf helemaal in de beschrijving. Genade hebben met jezelf is zo belangrijk.

  • Maria

    Interessant artikel! “ondanks” dat ik van de protestgeneratie ben (eind 50-er, begin 60-er jaren, ter ver-
    duidelijking!). Kenmerken: wij groeiden in soberheid op, (hebben de eerste t.v. en koelkast ons ouderlijk huis binnen zien komen!) en leerden álles ter discussie te stellen, moesten leraren bij hun voornaam noemen, of je wilde of niet en eisten de hele dag inspraak. Die tijd dus, er zijn mooie films en boeken over gemaakt. Het was een merkwaardige tijd, zoals van elke generatie.

    Een aantal lessen op het conservatorium, mijn studie, werden in het bruine café op de hoek gegeven, niet vanwege ruimte-tekort, maar omdat dat als “democratischer” werd gezien (!?).
    Volgende kenmerk is dat we zoveel móesten, vooral succes hebben (lees: de juiste studie, goeie baan en
    koophuis), voor een deel projecties van onze ouders, die dat vanwege de oorlog niet konden of wilden.
    Wij liepen daardoor op onze tenen, want de meesten van ons waren door prestatie-gerichte ouders op-
    gevoed, dus fálen was een doodzonde! De kinderen moesten de dromen van de ouders waarmaken,
    dus status en uiterlijk succes hebben, dan kregen de ouders daar ook de reflectie van.

    Wat ik fijn vind aan déze tijd (in boeken, documentaires en onderzoeken) is de schoonheid van middel-maat, goed genoeg zijn en de grote waarde van falen, omdat deze laatste juist innerlijke groei en ontwikkeling in zich draagt (hetgeen je meestal pas ervaart als je door de grootste schok, teleurstelling heen bent). Incasseringsvermogen dient ook opgebouwd en vergroot te worden o.a.
    Ik ben er zéker van dat elk mens unieke kwaliteiten en talenten in zich draagt, onvermoede krachten en
    dat deze vooral niet onderkend worden in het dagelijks leven (1) ondanks dat ze mooi zijn en dat een deel ervan zeker in onvermoede situaties wel degelijk naar voren komt (2) en dat is helemaal mooi!
    Het leren kennen van je mogelijkheden, helemaal mee eens, ook van je groei-mogelijkheden, dus!
    Geluid van ener protestgeneratie, ha, ha, maar de uitgangspunten van Jeroen Baar leveren m.i. een vriendelijker, begripvollere maatschappij op en gezondere, ontspannener mensen!