• Comments Off on

Medische keuring voor een sollicitatie

Een medische keuring of aanstellingskeuring kan soms onderdeel zijn van een sollicitatieprocedure. Lees hoe dergelijke keuringen verlopen en over de regels omtrent keuren.

Een aanstellingskeuring is simpelweg een medische keuring die wordt uitgevoerd alvorens iemand in dienst wordt genomen. Tijdens deze keuring worden (normaal gesproken) alleen vragen gesteld die van belang zijn voor het uitoefenen van de functie. De werkgever heeft zich hierbij dus wel aan enkele regels te houden.

Medische keuringen komen niet alleen voor tijdens de sollicitatieprocedure. Ook wanneer je al ergens in dienst bent, kan het ook voorkomen dat je werkgever vraagt of je mee wilt werken aan een preventief medisch onderzoek. Preventief medisch onderzoek wordt vaak afgekort tot PMO. Deze medische keuring is geen verplichting en je hoeft hier dus niet tegen je zin aan mee te werken. Er is echter weinig reden om een dergelijk verzoek af te slaan.

Omdat de resultaten privacygevoelig zijn, worden deze niet aan de werkgever doorgegeven. De resultaten zijn dus alleen voor jou. De arts onderzoekt tijdens deze keuring of er sprake is van medische problemen die bijvoorbeeld zijn ontstaan door de werkomstandigheden.

Wanneer is een aanstellingskeuring toegestaan?

Een sollicitant mag alleen medisch gekeurd worden wanneer dit noodzakelijk is voor de uit te voeren functie, diit ter bescherming van de werknemer zijn eigen gezondheid, maar ook die van anderen. Duidelijke voorbeelden van dit soort functies zijn soldaat en machinist. Een machinist mag bijvoorbeeld niet kleurenblind zijn. Dit zou een te grote beperking zijn op zijn vermogen om goed te kunnen functioneren en zelfs anderen in gevaar kunnen brengen.

De procedure

Voordat de medische keuring plaatsvindt, ontvang je schriftelijke informatie over het doel van de keuring, de vragen die gesteld zullen worden en de onderzoeken die worden verricht. Ook ontvang je informatie over je rechten. Denk bijvoorbeeld aan informatie over wanneer een dergelijk onderzoek is toegestaan of de mogelijkheid tot het aanvragen van een herkeuring.

Klacht over een medische keuring

Wanneer je het gevoel hebt dat jou onrecht is aangedaan tijdens een medische keuring of achteraf, probeer dit dan eerst te bespreken met je werkgever en de keurende arts. Vaak bestaan hiervoor verschillende klachtenregelingen. Wanneer dit echter niet volstaat, kun je met je klacht bij de Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen (CKA) terecht.

Wet op de medische keuringen

De wet op de medische keuringen is er voor de versterking van de rechtspositie van personen die een medische keuring ondergaan. De ‘Wet op de medische keuring’ zoals hieronder te vinden is, is afkomstig van de website van de overheid

De tekst hieronder is een voorbeeld van de wet zoals deze van kracht was op 28 maart 2013. Het kan echter zo zijn dat wetten veranderen. Voor de huidige staat van de wetgeving is het verstandig de bron van deze tekst via deze link te bezoeken. 

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. keuring: vragen over de gezondheidstoestand van de keurling en het verrichten van medisch onderzoek in verband met het aangaan of wijzigen van:

  1. een burgerrechtelijke arbeidsverhouding die bij of krachtens de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering als dienstbetrekking wordt aangemerkt,
  2. een aanstelling in openbare dienst,
  3. een burgerrechtelijke pensioen- of levensverzekering,
  4. een pensioenovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet, dan wel een pensioenregeling ten aanzien waarvan artikel 3 van de Wet verplichte beroepspensioenregelingtoepassing heeft gevonden of de pensioenregeling waaraan deelneming verplicht is op grond van de Wet op het notarisambt,
  5. een verzekering wegens arbeidsongeschiktheid naar burgerlijk recht, of
  6. een verzekering als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, met betrekking tot een in Nederland gelegen risico;

b. keurling: een persoon die een keuring ondergaat;
c. keuringvrager: de (aanstaande) werkgever of (aanstaande) verzekeraar die een keuring van een (aspirant-) werknemer of (aspirant-) verzekerde vergt;
d. keurend arts: de geneeskundige die de keuring verricht en de keuringvrager zijn gevolgtrekking mededeelt dan wel de geneeskundig adviseur van zijn bevindingen op de hoogte stelt;
e. geneeskundig adviseur: de persoon die aan de keuringvrager in diens opdracht op basis van de keuring van de keurend arts de mededeling, bedoeld in het derde lid van artikel 10, doet;
f. vragengrens: het over drie jaren gerekend totaal te verzekeren bedrag waar beneden de in artikel 5 genoemde vragen niet mogen worden gesteld en het in artikel 6 genoemde onderzoek niet mag worden verricht.

Artikel 2

  1. Keuringen worden naar hun aard, inhoud en omvang beperkt tot het doel waarvoor zij worden verricht.
  2. Keuringsgegevens mogen slechts worden gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn verkregen.

Artikel 3

  1. Bij een keuring worden geen vragen gesteld en geen medische onderzoeken verricht die een onevenredige inbreuk betekenen op de persoonlijke levenssfeer van de keurling.
  2. In ieder geval mogen geen onderdeel van een medisch onderzoek bij een keuring uitmaken:

a. onderzoek waarvan het te verwachten belang voor de keuringvrager niet opweegt tegen de risico’s daarvan voor de keurling, waaronder begrepen onderzoek specifiek gericht op het verkrijgen van kennis over de kans op een ernstige ziekte waarvoor geen geneeswijze voorhanden is, dan wel waarvan de ontwikkeling niet door medisch ingrijpen kan worden voorkomen of in evenwicht gehouden, of van kennis over een aanwezige, niet behandelbare ernstige ziekte welke naar verwachting eerst na langere tijd manifest zal worden;

b. onderzoek dat anderszins voor de keurling een onevenredig zware belasting met zich meebrengt.

Artikel 4

  1. Keuringen in verband met het aangaan en wijzigen van een burgerrechtelijke arbeidsverhouding die bij of krachtens de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering als dienstbetrekking wordt aangemerkt, of in verband met een aanstelling in openbare dienst worden slechts verricht indien aan de vervulling van de functie, waarop de arbeidsverhouding of aanstelling in openbare dienst betrekking heeft, bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid moeten worden gesteld. Onder medische geschiktheid voor de functie wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de keurling en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid.
  2. Een keuring in verband met het aangaan van een burgerrechtelijke arbeidsverhouding die bij of krachtens de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering als dienstbetrekking wordt aangemerkt, of in verband met een aanstelling in openbare dienst wordt eerst verricht nadat alle overige beoordelingen van de geschiktheid van de aspirant-werknemer of aspirant-ambtenaar hebben plaats gevonden en de werkgever op grond daarvan voornemens is de keurling aan te stellen. Indien tot de beoordelingen bedoeld in de eerste volzin een onderzoek naar de antecedenten van de aspirant-werknemer of aspirant-ambtenaar behoort dan wel een veiligheidsonderzoek als bedoeld in de Wet veiligheidsonderzoeken moet worden ingesteld, kan op verzoek van de keurling de keuring in verband met het aangaan van een burgerrechtelijke arbeidsverhouding die bij of krachtens de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering als dienstbetrekking wordt aangemerkt, of in verband met een aanstelling in openbare dienst voorafgaand aan zodanig onderzoek worden verricht. De keuring in verband met het aangaan van een aanstelling als militair ambtenaar of politie-ambtenaar kan steeds worden verricht voorafgaande aan een met betrekking tot hem in te stellen antecedentenonderzoek of veiligheidsonderzoek. Het is aan een ander dan een keurend arts niet toegestaan vragen te stellen noch anderszins inlichtingen in te winnen over de gezondheidstoestand van de keurling of over diens ziekteverzuim in het verleden.
  3. Geen keuring vindt plaats voor deelneming aan een pensioenregeling ten aanzien waarvan artikel 5 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling toepassing heeft gevonden of de pensioenregeling waaraan deelneming verplicht is op grond van de Wet op het notarisambt dan wel voor de deelneming aan een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet. Indien de pensioenvoorziening keuzemogelijkheden biedt voor een individuele deelnemer kan, in afwijking van de eerste volzin, indien het een deelnemer betreft met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die een wijziging wenst ten aanzien van een eerder gemaakte keuze, wel een keuring plaatsvinden.
  4. Voor zover niet ondergebracht bij een pensioenvoorziening dan wel pensioenregeling, als bedoeld in het derde lid, vindt geen keuring plaats voor deelneming aan een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering die aan de burgerrechtelijke arbeidsverhouding die bij of krachtens de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering als dienstbetrekking wordt aangemerkt, of in verband met een aanstelling in openbare dienst is verbonden.
  5. Voorzover sprake is van een arbeidsverhouding die bij of krachtens de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als dienstbetrekking wordt aangemerkt of van een aanstelling in openbare dienst, vindt geen keuring plaats in verband met een door de werkgever te sluiten of gesloten verzekering ter dekking van het risico van doorbetaling van loon als bedoeld in artikel 629, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of van de betaling van een uitkering als bedoeld in artikel 83 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel betaling van arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel 75a van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering.
  6. Geen uitsluiting of vermindering van rechten op grond van ziekten, aandoeningen of gebreken wordt bedongen door de verzekeraar bij de deelneming aan een voorziening dan wel regeling als bedoeld in het derde lid en bij het aangaan of wijzigen van een verzekering als bedoeld in het vierde en vijfde lid, voorzover ingevolge deze leden een keuringsverbod geldt.

Artikel 5

  1. Bij een keuring in verband met het aangaan of wijzigen van een verzekering mogen geen vragen worden gesteld over in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, genoemde ziekten, voor zover die op erfelijkheid betrekking hebben, bij de bloedverwanten van de aspirant-verzekerde en, tenzij de ziekte manifest is, bij de aspirant-verzekerde zelf en over onderzoek bij de aspirant-verzekerde en bij diens bloedverwanten gericht op de erfelijke aanleg voor ziekte en de resultaten van dergelijk onderzoek, indien de te sluiten verzekering de vragengrens niet overschrijdt. Bij de behandeling van de aanvrage voor het aangaan of wijzigen van een verzekering en bij een keuring in dat verband mogen geen uit andere hoofde reeds bij de keuringvrager, de keurend arts of geneeskundig adviseur aanwezige erfelijke gegevens over de aspirantverzekerde en diens bloedverwanten worden gebruikt.
  2. Voor arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, voor zover niet vallende onder artikel 4, vierde lid, bedraagt de vragengrens € 36 249,– voor het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid en € 24 267,– voor de daaropvolgende jaren van arbeidsongeschiktheid. Voor levensverzekeringen bedraagt de vragengrens € 250 000. Bedoelde bedragen worden elke drie jaar bij ministeriële regeling aangepast aan de consumentenprijsindex.

Artikel 6

In afwijking van artikel 3 mag bij het aangaan of wijzigen van een verzekering als bedoeld in artikel 5, een medisch onderzoek naar Aids of seropositiviteit voor Aids worden verricht:

a. indien de te sluiten verzekering de vragengrens, bedoeld in artikel 5, tweede lid, overschrijdt, of

b. indien de te sluiten verzekering de vragengrens, bedoeld in artikel 5, tweede lid, niet overschrijdt, maar het antwoord van de keurling op de in het licht van de artikelen 2 en 3, eerste lid, gerechtvaardigde vragen daartoe aanleiding geeft.

Artikel 7

In afwijking van artikel 3 kan, indien dit vanwege een dringend algemeen belang noodzakelijk is, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ten aanzien van een zich nieuw voordoende ziekte die valt onder artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bij ministeriële regeling bepalen dat artikel 6 van overeenkomstige toepassing is, totdat over deze ziekte afspraken als bedoeld in artikel 9 zijn gemaakt. Het ontwerp van een ministeriële regeling als bedoeld in de eerste volzin wordt ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal.

Artikel 8

  1. De keuringvrager legt met inachtneming van de artikelen 2, 3, 4, 5, 6 en 7 het doel van de keuring, de vragen welke ten aanzien van de gezondheid zullen worden gesteld, en de medische onderzoeken welke mogen worden verricht, schriftelijk vast.
  2. Tijdig voor de aanvang van de keuring wordt aan de keurling op begrijpelijke wijze schriftelijk informatie gegeven over doel, vragen en onderzoeken, als bedoeld in het eerste lid, en over diens rechten bij keuringen.

Artikel 9

Representatieve organisaties van de werkgevers, respectievelijk de verzekeraars, representatieve organisaties van werknemers, respectievelijk de consumenten en patiënten en de representatieve organisatie van de artsen kunnen afspraken maken over de omschrijving van het doel van de keuring, als bedoeld in het eerste lid van artikel 2, het verrichten van keuringen als bedoeld in het eerste lid van artikel 4, en over de vragen en medische onderzoeken, als bedoeld in de artikelen 3, 5, 6, 7 en 8.

Artikel 10

  1. De keurend arts en de geneeskundig adviseur oefenen hun taak uit met behoud van hun zelfstandig oordeel op het gebied van hun deskundigheid en van hun onafhankelijkheid ten opzichte van de keuringvrager.
  2. De keurend arts en de geneeskundig adviseur zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen over de keurling bekend is, en dragen zorg voor een zodanige bewaring van de desbetreffende gegevens dat deze niet voor derden toegankelijk zijn.
  3. De keurend arts, respectievelijk de geneeskundig adviseur delen aan de keuringvrager niet meer mee dan voor het doel van de keuring strikt noodzakelijk is.

Artikel 11

De keurling heeft het recht medewerking te weigeren aan een keuring of een onderdeel daarvan indien ten aanzien daarvan niet voldaan is aan de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 7 of 8.

Artikel 12

  1. Indien aan de keuring een negatieve gevolgtrekking dan wel een positieve gevolgtrekking onder bepaalde beperkingen wordt verbonden, heeft de keurling het recht op herkeuring. De keurling maakt zijn wens daartoe met redenen omkleed kenbaar binnen een week nadat de genoemde gevolgtrekking aan hem is medegedeeld. De keuringvrager treft een regeling voor herkeuring door een onafhankelijk geneeskundige.
  2. De door de keuringvrager te nemen beslissing wordt uitgesteld totdat de uitslag van de herkeuring hem is medegedeeld.
  3. De kosten van de herkeuring worden gedragen door de keuringvrager. Deze mag echter een redelijke bijdrage van de keurling verlangen.

Artikel 13

  1. De in artikel 9 bedoelde organisaties kunnen een onafhankelijke klachtencommissie instellen, voor zover de klachtenbehandeling geen betrekking heeft op een keuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid.
  2. De commissie neemt klachten met betrekking tot het in of op grond van deze wet geregelde en de afspraken bedoeld in artikel 9 in ontvangst en doet aan de klager en degene over wie is geklaagd, haar oordeel over de klacht toekomen.
  3. De in artikel 9 bedoelde organisaties stellen het reglement van de klachtencommissie vast.

Artikel 14

  1. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het verrichten van keuringen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, en de vragen welke ten aanzien van de gezondheid zullen worden gesteld, bedoeld in artikel 8.
  2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de instelling, de werkwijze en de openbaarmaking van het oordeel van een onafhankelijke klachtencommissie voor klachten over keuringen als bedoeld in artikel 4, eerste lid. Bij de vaststelling van die regels:

a. kan de medewerking van de Sociaal-Economische Raad worden ingeroepen; en

b. kunnen voor de klachtencommissie in afwijking van artikel 37 van de Wet op de bedrijfsorganisatie ook personen van niet in de Sociaal-Economische Raad vertegenwoordigde organisaties worden aangezocht.

3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 13, tweede en derde lid.

Artikel 15 [Vervallen per 01-10-2012]

Artikel 16

  1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
  2. In het koninklijk besluit bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat ten aanzien van de keuringen, bedoeld in artikel 5, de artikelen 5, 9, 11, 12 en 13 op een later tijdstip in werking treden, doch niet later dan drie jaren na het in het eerste lid bedoelde tijdstip.

Artikel 17

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de medische keuringen.

Bron wetsartikel: Overheid.nl (laatst gecheckt op 23-03-2013)

Over Perry Kroes

Sinds 2010 heb ik duizenden werkzoekenden geholpen om de baan van hun dromen te veroveren. Dit doe ik vrijwel uitsluitend digitaal: via deze website, email, telefoon, Skype en mijn e-books: ‘het sollicitatiebriefhandboek’ en 'het cv-handboek’. Ik geloof dat iedereen een baan verdient waar hij of zij gelukkig van wordt. Ook jij. Mijn missie is om jou deze baan te helpen veroveren.

Comments are closed.